KoffieBlog

Zwarte koffie uit een mok, cappuccino uit een grote ronde kop. Formaat ufo, als het even kan. Thee uit een glas en bier direct uit het flesje. Ik denk dat veel mensen zo wel hun voorkeuren hebben als het gaat om drinkgerei. Het klinkt misschien wat neurotisch, maar ik heb bekers in mijn keukenkastje staan die gewoon niet ‘lekker’ drinken en daarom stof staan te verzamelen. Een beker die bovendien ooit als pennenbak heeft gefungeerd, zal bijvoorbeeld nooit promoveren tot drinkbeker. Ik bedoel maar: pennen, inkt, stof. Die dingen kan ik toch niet rijmen met een drankje?! Het gaat soms zo ver dat ik vlug mijn beker omwissel als hij me om wat voor reden dan ook niet aanstaat. “Ik had al een beker voor je neergezet hoor”, klinkt vanuit de woonkamer. Ik knars stilletjes dat het niet de goede is. Uiteraard vertoon ik dit gedrag alleen in huiselijke kring, vreemden hoeven dus niet bang te zijn dat ik hun servieskast zal plunderen. Ik mok thuis of ik mok niet.

Vroeger dekte mijn moeder altijd ’s avonds alvast de ontbijttafel voor de volgende ochtend. Dat doet ze overigens nog steeds, maar ik woon allang niet meer thuis en kan het tafereel dus niet meer aanschouwen. Het wilde dan nog wel eens voorkomen dat moeders, God verbiedt het, de ‘verkeerde’ mok bij mijn ontbijtbord zette. Die fout is tamelijk snel gemaakt. Zo houd ik bijvoorbeeld helemáál niet van mokken met dikke randen. Dikke randen geven mij het gevoel dat ik moet opschieten, grote slokken moet nemen en vooral niet mag genieten van mijn koffie. Alleen als ik haast heb, wil ik nog wel eens naar zo’n ‘slobbermok’ grijpen, maar het liefst ga ik voor groot, hoog, breed en met een dun drinkrandje. Is dat soms teveel gevraagd?

Mijn stiefvader dronk vroeger steevast koffie uit een vergeelde Mickey Mouse mok. Ik verdenk hem ervan dat hij dit overigens nog steeds doet, tenzij de mok de tand des tijds niet doorstaan heeft. Ook mijn stiefvader wisselde de zorgvuldig door mijn moeder klaargezette mok regelmatig in voor een andere, als deze voor hem niet groot genoeg was. “Dan schenk je toch nog een keer in?”, was de reactie van mijn moeder. Wás het maar zo simpel. Enfin, ik mok nog even lekker verder. Ik ben immers toch thuis.

Meer Blogverhalen