Home Nieuws Salento & Fairtrade Criteria MaxHavelaar Fairtrade

Criteria MaxHavelaar Fairtrade

Criteria MaxHavelaar Fairtrade

De criteria

Een merk mag het MaxHavelaar keurmerk voor FairTrade alleen voeren als de grondstoffen voor het product volgens de FairTrade normen zijn geproduceerd en verhandeld.  Die normen zijn opgesteld door de internationale koepelorganisatie FairTrade Labelling Organizations (FLO).

Samen verantwoordelijk

Het MaxHavelaar keurmerk voor FairTrade garandeert consumenten dat de producten die zij kopen, zijn ingekocht onder eerlijke handelsvoorwaarden bij boerenorganisaties in ontwikkelingslanden. Die organisaties bestaan uit groepen kleine boeren die zijn gaan samenwerken om een betere positie in de markt te verwerven. Om gecertificeerd te worden moeten ze voldoen aan een aantal vaste normen op sociaal en milieugebied. Ook plantages komen voor certificatie in aanmerking: de regels van FairTrade zijn dan gericht op een beter bestaan voor de arbeiders. 

Partnerschap

Uniek aan FairTrade is dat ook de koper zich aan bepaalde regels moet houden. Zo ontstaat een partnerschap tussen producent en consument, dat armoede bestrijdt en ontwikkeling realiseert. Eerlijke prijzen en andere gunstige handelsvoorwaarden creëren ruimte voor economische versterking, sociale vooruitgang en milieuverbetering. Eerlijke handel helpt de boerengemeenschap om zelf het heft in handen te nemen en te investeren in een betere toekomst. FairTrade 'empowert' mensen die weinig kansen kregen in het leven. Elke aankoop in het Westen draagt daaraan bij.

De handelscriteria van het MaxHavelaar keurmerk:

1. Een kostendekkende minimumprijs

De FairTrade prijs volgt gewoon de markt. Maar als de marktprijs zo ver daalt dat de redelijke kosten van een duurzame productiewijze niet meer worden gedekt, hanteert het Fairtrade systeem een vaste minimumprijs. Minder dan dat is simpelweg te weinig.

2. Een toeslag op de wereldmarktprijs

Bovenop de prijs komt bovendien altijd een vaste ontwikkelingspremie. De leden van de boerenorganisatie besluiten gezamenlijk waaraan de premie wordt besteed. Van nieuwe machines en milieuverbetering tot onderwijs en klinieken. Op een plantage dient de premie de sociale doelen van de arbeiders. Vast staat dat de premie altijd wordt ingezet voor investeringen die de gemeenschap ten goede komen. Dat is duurzame ontwikkeling.

3. Voorfinanciering

Boerenorganisaties kunnen zestig procent van de verkoopprijs van hun product al ontvangen bij het begin van de oogst. Dankzij dit krediet kunnen ze hun leden direct bij opkoop uitbetalen. Ze zijn dan niet uit geldgebrek gedwongen zaken te doen met tussenhandelaren die een slechte prijs betalen, maar wél cash.

4. Langdurige handelsrelaties

De samenwerking tussen producent en importeur is zoveel mogelijk van lange duur. Dat biedt de producenten zekerheid over afname van hun oogst, en dus zekerheid over hun inkomen.